Over rode en blauwe tijd en een tafeldiploma.

Een hoofd vol gedachten 

Ze zit tegenover me in de spelkamer te wiebelen op haar stoel. Geen moment zit ze stil. Elke vraag die ik stel wordt beantwoord met een stralende glimlach, maar niet met woorden. Zo nu en dan prevelt ze: “Wat zal ik nou gaan maken? Ik weet het nog steeds niet.”. Het is duidelijk dat ik voorlopig nog naar de antwoorden op mijn vragen kan fluiten. Het is druk in haar hoofd en ze heeft de overtuiging dat ‘iets moois maken’ haar gaat helpen om een fijn gevoel over zichzelf te krijgen.

Als het maar interessant genoeg is

Terwijl ze het spelletje Rush Hour pakt en met een hyperfocus aan de slag gaat, schrijf ik met gekleurde stiften een oefening op het papier, wetend dat het visueel prikkelend moet zijn wil ze het überhaupt gaan lezen. Ineens heeft ze genoeg van het spelletje. “Zo. Ik heb er 6 gedaan!” roept ze en ze houdt de 6 kaartjes triomfantelijk omhoog. Ik geef haar een compliment en wacht af wat er gebeurt. “Mag ik dan nu verven?” Vraagt ze, en direct daar achteraan: “Ik weet niet wat ik moet maken...”.

Tussen alle pogingen een bloem te schilderen door, vertelt ze ineens dat ze straks de tafels nog moet oefenen. Woensdag is de grote tafeltoets en er is geen herhaling, ze moet het halen. Ineens begrijp ik wat ervoor zorgde dat ze zich niet op andere dingen kon concentreren. Het zit haar dwars.

Ik zoek op YouTube naar tafel liedjes en verrek, ze hebben ze nog ook. Die van 4 vindt ze moeilijk zegt ze. Ik zet het liedje over de tafel van 4 op en tot mijn verbazing prevelt ze alle antwoorden mee tijdens het schilderen. Zo’n liedje is anders dan anders, zorgt voor een extra auditieve prikkel en dan heeft het ineens haar interesse.

Ik-doe-maar-wat

Nadat er een stapel mislukte bloemen op tafel is beland, zegt ze dat ze iets anders wil schilderen. Heel iets anders. Ze kijkt me vragend aan. “Doe hier maar rood.” zeg ik, “En dan hier blauw, hier geel en hier groen. En dan een heeeeeeele dikke klodder wit en er gewoon overheen smeren!”. Ze is inmiddels wel wat gewend hier en doet netjes wat ik zeg. Haar schouders zakken, de spanning verdwijnt en ik zie een lach doorbreken. “Als ‘ie straks droog is, mag ‘ie dan in een lijst?” vraagt ze, terwijl ze trots kijkt naar het eindresultaat. “Eerst wil ik iets weten”. zeg ik. “Merkte je dat je bij het tekenen van de bloem vooral dacht aan wat er allemaal fout kon gaan? En dat het bij de ik-doe-maar-wat-tekening heel anders was? Volgens mij had je daar veel meer plezier in. Klopt dat?”. Ze knikt, terwijl ze onafgebroken naar haar kunstwerk kijkt. “Hm... zou het dan misschien kunnen dat dingen ook op een andere manier kunnen dan jij soms in je hoofd hebt? Dat het niet allemaal perse op een bepaalde manier moet, maar dat er meerdere manieren zijn, die allemaal goed kunnen zijn?”. Ze kijkt me aan met een ondeugende blik. “Hihi ja misschien. Mag ik ‘m aan papa laten zien?”.

Een nieuw plan

Later spreek ik vader nog even. Hij geeft aan dat het thuis oefenen van de tafels heel moeizaam gaat. Ik opper enkele ideeën en vader maakt duidelijk dat ze bijna alles eigenlijk al wel geprobeerd hebben. Ineens herinner ik me het nut van de visuele en auditieve prikkels voor dit meisje en er ontstaat een plan: “Maar wat nou als je een kookwekker zet op 10 minuten. In die 10 minuten ga je met haar overgooien met de bal. Elke keer als jij de bal hebt dan zeg je een som. Als zij de bal heeft dan geeft ze het antwoord. Om haar heen spreek je een grens af. Als je daarbuiten gooit dan moet je zelf het antwoord geven omdat ze dan niet de kans heeft de bal te vangen. Na die 10 minuten heb je 5 minuten pauze en dan doe je nog een run van 10 minuten. Je bent dan hoogstens een half uur bezig en doet iets wat zowel jij als zij leuk vinden.”. Vader is enthousiast, maar begrijpt nog niet goed waarom dit nu werkt. Ik hou van dit soort ouders. Achter alles wat ik doe zit namelijk een reden, maar het is maar zelden dat mensen geïnteresseerd zijn in deze reden. Dus ik ga nog even door. “Kijk, je kan activiteit indelen in 3 kleuren: rode tijd is fysiek actieve tijd. Dus stofzuigen, sporten, wandelen en zo. Blauwe tijd is hersentijd. Dus lezen, televisie kijken, nadenken over een moeilijke som, computeren etc. En dan heb je nog groene tijd, dat is pure ontspanning. Bij voorkeur door helemaal niets te doen. Als je in je agenda al je activiteiten een van deze 3 kleuren zou moeten geven, dan zou daar een soort van balans in moeten zitten. Dan ben je op alle gebieden het meest effectief bezig.”. Vaders interesse is gewekt, maar hij heeft nog niet alle antwoorden op zijn vragen. “Maar met lezen is het ook zo’n probleem. Hoe pak ik dat dan aan? Dan kan ik niet gaan overgooien met een bal.”. “Lezen is blauwe tijd. Zorg er dan dus voor dat er voor die tijd genoeg rode activiteit is geweest. Dan is de neiging om daar afleiding in te zoeken minder aanwezig op het moment dat ze moet gaan lezen. En bouw na het lezen nog extra tijd in voor eventueel rode activiteit die ze nog nodig heeft. Of voor groene tijd. Ze kan dan zelf heel goed aangeven waar ze behoefte aan heeft.”. Vader laat een glimlach zien en gaat staan. “Gaan we doen.”.

“Dan gaan we nu naar huis, ga je mee?” zegt hij. Zijn dochter komt vanuit de spelkamer naar de wachtkamer toe en zegt: “Maar ik ga straks ook nog met een vriendin spelen hoor!” en werpt een ondeugende blik naar mij. Het is duidelijk, vader gaat straks flink uitgeprobeerd worden tijdens de ‘nieuwe’ manier van tafels oefenen...